‘Je moet zelf graag willen bewegen, letterlijk en figuurlijk’
Wie: Maloe Hofland (25)
Werk: Psychomotorisch therapeut
Uren: 30
Waar: GGZ Nijmegen
Sinds: ruim drie jaar
Opleiding: Bewegingsagogie en psychomotorische therapie
‘Vorig jaar begeleidde ik samen met een psycholoog een groep kinderen met een autistische stoornis. De psycholoog zei dat het bewegen niet alleen voor de kinderen goed uitpakte, maar ook leuk was voor haar zelf als hulpverlener. Het enthousiasme van mensen voor wat ik doe is een van de mooie aspecten van mijn werk.’
Psychosen
‘Een ander pluspunt is de afwisseling. Ik behandel mensen met allerlei ziektebeelden. Van de klinische afdeling voor acute psychiatrie krijg ik volwassenen met psychosen, manische depressiviteit, persoonlijkheidsstoornissen en dergelijke. Vanwege de korte verblijfsduur op acute psychiatrie ga je meestal niet diep. Toch kun je voor deze patiënten iets betekenen, al is het maar dat ze even van de afdeling af zijn en kunnen ontspannen, of de structuur en duidelijkheid van een spel ervaren.’
Ontwikkelingsstoornissen
‘Met patiënten van ambulante kinder- en jeugdpsychiatrie, de andere afdeling waarvoor ik werk, ga ik verder. Het zijn kinderen met ontwikkelingsstoornissen en een gebrek aan sociale vaardigheden, of jongeren met impulscontrole-problemen. Daarnaast komen depressieve klachten en, vooral bij meisjes, eetproblemen voor.’
Sport en spel
‘Je kunt als psychomotorisch therapeut allerlei middelen inzetten zoals ontspanningsoefeningen, sport en spel. De kunst is ze aan te passen aan de patiënt en zijn hulpvraag. Met blokjesvoetbal bijvoorbeeld, waarbij spelers hun eigen blokje moeten verdedigen, kun je leren samenwerken en je grenzen aangeven, maar ook boosheid op een acceptabele manier kwijtraken.’
Creatief zijn
‘Daarna, en dat is de tweede uitdaging, moeten ze dat gedrag in andere situaties gaan toepassen. Je maakt die vertaalslag door gevoelens te benoemen en mensen te laten reflecteren op wat ze ervaren. Daarvoor moet je creatief zijn, je moet zelf graag willen bewegen, letterlijk en figuurlijk. Ik ga in september weer studeren, omdat ik mijn therapeutische kwaliteiten wil verdiepen en onderzoeksvaardigheden ontwikkelen. Na de master kan ik me registreren als senior.’
Een gaaf verslag
‘Administratie? Geen probleem. Het kost tijd, maar ik vind het een kick om een gaaf verslag te maken en te laten zien wat ik heb bereikt. Nog los van de werking van bewegen op zich, heeft psychomotorische therapie echt toegevoegde waarde in de psychiatrie; het is jammer dat er zo weinig uren voor zijn en dat psychiaters en psychologen soms niet weten wat hier precies gebeurt. Ik heb doorgaans positief contact met patiënten, ik vraag niet zoveel van hen en ben gericht op het sociaal functioneren. Daarom zie ik vaak gezonder gedrag dan verpleegkundigen of artsen.’ (© Liesbeth Sluiter)
